Home | Contact | Zoeken | RSS feed
 

‘Daardoor zie je groeien’

logo SensisIn de praktijk: Sensis Rotterdam
Voor het laatst gewijzigd op: 11 augustus 2008

 

 

 

 

 

Ondanks het feit dat we volgens de digitale reisplanner twee keer moesten overstappen, deden de Nederlandse Spoorwegen deze keer hun onzorgvuldige imago geweld aan: de treinen waarmee we ons richting Rotterdam-Lombardijen lieten vervoeren, reden weer eens een keer op tijd. En zelfs na een rustige wandeling langs en door enkele oud- en (ver)nieuwbouw woonwijken van deelgemeente IJsselmonde zijn we nog ruim op tijd op onze plaats van bestemming: de school van Sensis Onderwijs in Rotterdam voor leerlingen met een visuele (en bijkomende) beperking (cluster 1).

 

In afwachting van onze gesprekspartners die elders in het gebouw nog met leerlingen doende zijn, kijken we rond in de docentenkamer. Op de ramen prijkt een serie tekeningen van de nieuwe school die hier binnenkort gebouwd gaat worden en waarin alle ruimte zal zijn voor uitdagende leeromgevingen die horen bij “leren leren”, het centrale concept onder het onderwijsprogramma van de school. Tussen allerlei gebruikelijke mededelingen op het prikbord ernaast springt er één in het oog. Drie leerlingen uit de groepen 1 en 2 van de afdeling Praktijkonderwijs prijzen zichzelf en hun ondernemerschap aan:

 

KOM NAAR ONZE SCHOENEN POETS BEDRIJFJE
Elke donderdagmorgen om 9 uur.
Zwarte schoenpoets aanwezig.
Andere kleuren zelf meebrengen.
Per paar: € 1.

Onvoldoende doorstroomleerling ruimt bladeren op
Als school voor (V)SO telt Sensis Onderwijs Rotterdam zo rond de 100 leerlingen en kent het zowel basisonderwijs (SO) als voortgezet onderwijs (VSO), waarover de leerlingen ongeveer fifty fifty verdeeld zijn. Naast de theoretische, gemengde en beroepsgerichte leerwegen van het VMBO en sinds begin 2006 ook naast de HAVO, is de afdeling Praktijkonderwijs binnen het onderwijsaanbod van het VSO de op een na jongste loot.

Hoewel deelname door leerlingen aan zo thuisnabij mogelijk onderwijs prioriteit heeft, blijkt dat voor wat betreft het reguliere praktijkonderwijs geen haalbare kaart gezien de specifieke problematiek van de betreffende leerlingen. Tegelijk ligt de drieledige doelstelling van het praktijkonderwijs wel helemaal in de lijn van (een deel van) de VSO-leerlingen van de school. Ook voor hen is namelijk het ontwikkelen van zelfredzaamheid en zelfstandigheid in leven, werken en vrije tijd en van sociale redzaamheid van wezenlijk belang voor een zo zelfstandig mogelijke toekomst. En ook voor hen is toeleiding naar enige vorm van gepast werk een belangrijke deur daarheen.

Vandaar dat de school in 2003 had besloten om met een eigen afdeling Praktijkonderwijs van start te gaan. Met de woorden van Jacco van der Hoogt (coördinator Praktijkonderwijs) en Joke Schuurman (coördinator Groen): ‘We zijn er vrij naïef en onbevangen ingestapt. Gewoon het moest er komen: apart praktijkonderwijs voor onze leerlingen met een visuele beperking’.

Meisje dweiltBegonnen met 5 leerlingen hebben ze in de tijd daarna samen met hun praktijkcollega’s Annelies Zonneveld, Ellen van Megen en Yvonne Morak al doende, gericht op hun specifieke doelgroep en met het toen nieuwe materiaal van PrOmotie als uitgangspunt en onderlegger naar vorm en inhoud een programma praktijkonderwijs ontwikkeld, waarbij als vanzelfsprekend nauw wordt samengewerkt met de andere afdelingen binnen het VSO van de school. Weliswaar met eigen accenten en met waar nodig eigen specifieke aandacht worden van noden deugden gemaakt. Zo maakt men samen gebruik van bijvoorbeeld het techniek- en het kooklokaal.
Sinds de start in 2003 omvat het ontwikkelde programma momenteel drie jaar praktijkonderwijs, terwijl het vierde jaar in de loop van het huidige schooljaar al werkend vorm en inhoud begint te krijgen.

 

Bouwen van onderaf
Terwijl langs de muur van het lokaal de wagens met moppen, rode en blauwe emmers en andere schoonmaakartikelen van een van de interne stages geparkeerd staan, vertellen Jacco en Joke hoe het tot nu toe ontwikkelde programma is opgebouwd.In de eerste twee leerjaren ligt het accent op de ontwikkeling door leerlingen van sociale competenties. Daarbij valt te denken aan zaken als: samenwerken; keuzes maken; zelfpresentatie; werkhouding; kunnen omgaan met kritiek; kunnen omgaan met ruzie; rekening houden met elkaar; opkomen voor jezelf; delen van gevoelens; en handicap verwerking.

Om aan de ontwikkeling van die competenties te werken krijgen de leerlingen in de eerste twee leerjaren zowel praktijkvakken als meer AVO-vakken. Tegen de achtergrond van het ontwikkelen van zelfredzaamheid en zelfstandigheid zijn de praktijkvakken gericht op het ontwikkelen van basisvaardigheden en betreffen: zorg en welzijn; techniek; plant en dier; en dienstverlening. Bij de meer AVO-vakken gaat het om: Nederlands en Engels; wiskunde en ICT; cultuur en maatschappij; gymnastiek en tekenen.
Parallel daaraan hebben de leerlingen regelmatig individuele coachingsgesprekken met hun mentor waarin vragen centraal staan al: Wie ben ik? Wat wil ik? en: Wat kan ik? Doel van die gesprekken is, dat de leerling aangezet wordt tot zelf leren, tot nadenken over zichzelf, tot werken aan zelfontwikkeling door zoveel mogelijk uit zichzelf te halen.

 

Interne stage
Behalve de ‘gewone theoretische en praktische lessen’ staat het derde jaar van de afdeling praktijkonderwijs helemaal in het teken van interne stages, waarbij het steeds meer gaat om zo zelfstandig mogelijk, zo nauwkeurig mogelijk, in een goed tempo en zo veilig en milieubewust mogelijk (leren) werken.
leerlingen koken
Kortom: het gaat om ‘echt’ werken, maar nog wel in de vertrouwde en dus veilige omgeving van de eigen school. Dit derde jaar komen dan ook algemene arbeidscompetenties centraal te staan, zoals: werkvoorbereiding, veiligheid en milieubewustzijn, zorg voor kwaliteit, werkrelatie en samenwerking, klantgerichtheid, communicatie over werk, omgaan met problemen.
Om deze competenties in de praktijk te oefenen lopen alle leerlingen praktijkonderwijs drie interne stages: onderhoud van de schoolomgeving; horeca; en schoonmaak in de groothuishouding. Met de school(omgeving) als werkterrein bieden deze stages de leerlingen de mogelijkheid om zelfstandig werkhandelingen uit te (leren) voeren in juiste ergonomische houdingen en met verantwoord gereedschapgebruik, in een goed tempo en met voor iedereen zichtbare, tastbare en proefbare resultaten. Al doende tijdens deze stages ontwikkelen leerlingen vaardigheden die ze niet alleen nodig zullen hebben tijdens een werkend leven, maar die daarbuiten ook zeker zo belangrijk zijn: zelf nadenken over wat ze willen, zelf kiezen, zelf (mee) beslissen, zelf voor jezelf opkomen... Kortom: het is niet zozeer de bedoeling dat de leerlingen van voor tot achter een vak leren; het allerbelangrijkste is dat de leerlingen leren werken, kennis maken met de essentie van arbeid.

 

Uit de mond van leerlingen
In een bijdrage in Sensismagazine (jrg. 3, nr. 1, febr. 2006) met als titel ‘Alles is een leermoment’ geven de praktijkleerlingen Ewout, Hatice en Dewanand een kijkje in de keuken van deze interne stages. Ze vertellen er over ‘woensdag groendag’: het samen middels een rondje school komen tot een lijst van te doene werkzaamheden, het onderling verdelen van de taken, het oefenen met apparaten zoals een heuse bladblazer.

leerlingen poetsen laarzenZe vertellen er over de horeca-activiteiten van donderdag die feitelijk al eerder beginnen met het uitdelen en weer verzamelen van bestellijsten; bestellijsten die bij ons bezoek voorzien van datum en prijzen al op hongerige belangstellenden liggen te wachten op de tafel in de docentenkamer. Op basis van deze lijsten worden de benodigde inkopen gedaan en wordt er – gekleed in vast tenue van T-shirt, pet, sjaaltje en sloof – onder druk gewerkt om donderdag op tijd al het bestelde klaar te maken en uit te leveren. En ze vertellen er hoe vaste kleuren helpen bij het gebruik van de juiste reinigingsmiddelen en hoe het systematisch gestructureerd en volgens vaste patronen werken helpt bij stof wissen en bij moppen.


Bij deze stages worden de leerlingen begeleid door speciaal geschoolde docenten en bovendien hebben ze de mogelijkheid om bij bewezen belangstelling en met voldoende kennis en vaardigheden een interne stage af te sluiten met een toetsing die kan resulteren in een certificaat van KPC Groep voor de betreffende werkrichting.

 

Naar de toekomst
Tot zover de tot nu gebaande wegen: het geraamte van de eerste drie jaar staat er en de organisatie staat. Inmiddels is het vierde jaar onderweg. Het is een haar waarin zich voor de afdeling praktijkonderwijs een nieuwe uitdaging aandiende: voor de leerlingen maar zeker ook voor de school. Naast nog steeds lessen op school zal dit jaar namelijk ook in het teken staan van de externe stages.

In de voorgaande jaren hebben leerlingen al buiten de school onder begeleiding mogen snuffelen aan werken in echte werksettingen. Ze hebben er kennis mee kunnen maken bij bijvoorbeeld een kringloopbedrijf en een kinderboerderij. In het derde jaar zijn de leerlingen voor hun werkmogelijkheden ook getest door Sonneheerdt in Ermelo. Nu is het de bedoeling dat ze in de buurt van de school of in de buurt van hun thuissituatie middels meerdere externe stages ervaringen gaan opdoen met ‘echt werken’ in bedrijfsmatige omstandigheden. leerlingen koken

Voor de school ligt de uitdaging in de beantwoording van de vraag of het mogelijk zal blijken om voldoende stageplaatsen te vinden waar leerlingen met een visuele beperking of zelfs blinde leerlingen ervaringen op kunnen doen met de wereld van het werken: met omstandigheden binnen die wereld; met de vragen en eisen die deze wereld aan werkers stelt; met de eigen mogelijkheden en onmogelijkheden van de leerlingen daarbinnen.
Het zal in elk geval een jaar moeten zijn dat hen voorbereidt op het laatste vijfde jaar waarvoor momenteel door de afdeling ook al de nodige voorbereidingen worden getroffen. Het zal een laatste jaar moeten zijn waarin leerlingen op enig moment zullen (kunnen) uitstromen uit de school. Uitstromen misschien naar arbeid; uitstromen misschien naar een vervolgopleiding zoals bijvoorbeeld naar een ROC; uitstromen misschien naar een zinvolle dagbesteding...


Gezonde spanningsvelden
Terugkijkend op drie en een half jaar praktijkonderwijs en vooruitkijkend naar een altijd ongewisse toekomst signaleren Jacco en Joke dat er inmiddels veel bereikt is en dat ook de toekomst de nodige mogelijkheden in zich bergt. En eigenlijk zien ze maar één belangrijke rode draad door alles lopen: het eigen toekomstperspectief van de afzonderlijke leerlingen. Een sterk wisselend perspectief dat wel. En een perspectief dat gekenmerkt door verschillende spanningsvelden: een spanning tussen wat de school misschien graag zou willen en voor mogelijk houdt en wat leerlingen voor zichzelf aan mogelijkheden kunnen en willen zien; een spanning tussen het stimuleren van leerlingen en het tegelijk rekening houden met de beperkingen waarmee de leerling door het verdere leven zal moeten; een spanning echter ook tussen vaak veel energie slurpende gewenste zelfstandige zelfredzaamheid ondanks de handicap enerzijds en allerlei juist door de handicap extra energie vretend werk anderzijds...


Apetrots
Maar het gevoel overheerst, dat wat in gang is gezet, goed is. In het artikel in Sensismagazine zeggen Jacco en Joke: “Het waren leerlingen die altijd een enorme inzet toonden, maar daar vaak geen beloning voor kregen, omdat het geen studiehoofden zijn. Nu zie je dat ze succeservaringen opdoen, omdat ze erg gemotiveerd zijn én daadwerkelijk verantwoordelijkheid krijgen. Daardoor zie je ze groeien.” Met andere woorden: deze groep leerlingen zit nu op zijn plek. En dat is iets om best trots op te zijn. Apetrots zelfs!


Goed voorbeeld...
Bij het weggaan weer op weg naar de trein, valt op een tussendeur een reclameachtige mededeling op. De Candy-shop prijst zichzelf aan met een bescheiden assortiment en met bescheiden prijsjes. Jacco haast zich te zeggen dat het deze keer geen initiatief is van PrO-leerlingen. Maar ja, goed voorbeeld doet natuurlijk wel goed ...


Meer informatie
Jacco van der Hoogt, Sensis Onderwijs Rotterdam
Telefoon 010 - 4827533 of 088 - 5858330
E-mail jvdhoogt@sensis.nl 

 
WEC-Raad
Postbus 222
3500 AE Utrecht
t (030) 276 99 11
Contact