In Praktijk: De Maat - Christelijke School voor Praktijkonderwijs
Voor het laatst gewijzigd op 11 augustus 2008
Na Zwolle daalt er rust over het land. De hectiek van het voortrazende snelverkeer op de A50 verdwijnt snel naar de achtergrond. De landelijke omgeving van het noordelijk deel van Overijssel heeft blijkbaar ongemerkt zijn uitwerking op de snelheid, waarmee we op weg zijn naar de Christelijke school voor praktijkonderwijs De Maat in Ommen. Tijdens een laatste stop bij een gemeentelijke plattegrond om de meest gerichte weg te zoeken, zijn van alle kanten vogels volop fluitend aanwezig als voorbodes van wat komen gaat...
Begonnen in 1980 als zelfstandige school voor voortgezet speciaal onderwijs voor moeilijk lerende kinderen (VSO-MLK) is De Maat, na enkele jaren SVO-MLK, sinds augustus 2001 nog steeds
een zelfstandige school voor Praktijkonderwijs. De school ligt in een ruim opgezette rustige wijk met veel groen aan de zuidwestrand van Ommen. Volgens het informatieboekje van de school is het zelfs ‘een parkachtige omgeving’, waarschijnlijk niet in de laatste plaats dankzij de tuinomgeving van de school, die de leerlingen onderhouden.
2 x 7 + de rest
Het eigentijdse gebouw, waarin eerder een andere school was gehuisvest, is in 1998 helemaal aangepast voor het praktijkonderwijs, zoals De Maat dat voor ogen staat. Rond een grote gemeenschapsruimte heeft de school de beschikking over zeven lokalen, waar in kleine groepen de meer theoretische vakken (godsdienst, Nederlands, rekenen/wiskunde, cultuur en maatschappij, sociale vaardigheden) worden gegeven door de groepleerkrachten bijgestaan door een klassenassistent.
Tevens zijn er in het gebouw evenveel praktijkruimtes voor techniek, bouwtechniek, mechanische techniek, schilderen, textiele werkvormen, een keuken en een natte ruimte. Ook de praktische vakken, die bij deze ruimtes horen, worden gegeven door de groepsleerkracht maar dit keer bijgestaan door de leerwerkmeester en technisch assistenten.
Terecht niet zonder trots geeft Eddy van Lenthe, adjunct-directeur, groepsleerkracht en stagecoördinator, ons een rondleiding. Tijdens deze rondgang maakt hij ons regelmatig attent op de mogelijkheden voor interne stages, die zowel in als rond de school volop aanwezig blijken te zijn. Binnen de school kunnen we dan denken aan mogelijkheden als: medewerker schildermagazijn, medewerker bar en kantine, verkoop van broodjes en snoep, plantenverzorging, kopieerwerk, verzamelen van oud papier en bijhouden van praktijkruimtes. Buiten het schoolgebouw vraagt het schoolplein om regelmatige schoonmaak, ligt er een ruime sier- en moestuin die bijgehouden moet worden, en is er de mogelijkheid om als dierenverblijfmedewerker mee te draaien in de verzorging van de verschillende vluchten siervogels die hun onderkomen hebben in de grote volière aan de rand van het schoolplein.
De leerlingenwerkplaats
In 2005 is daar nog een nieuwe ‘interne’ stagemogelijkheid bijgekomen, weliswaar buiten het schoolgebouw, maar nog wel helemaal onder vleugels van de school. Deze mogelijkheid is de leerlingenwerkplaats, die is ontwikkeld in het kader van een ESF-project. Het doel van deze werkplaats welke gelokaliseerd is in een van de gemeente gehuurde ruimte op een sportpark in de buurt van de school, is om leerlingen in het kader van de interne stages een plek te bieden waar ze kennis kunnen maken met en zich kunnen oefenen in het uitvoeren van seriematig productiewerk. De leerlingen krijgen vooraf instructie over het uit te voeren werk en ook worden er met hen productieafspraken gemaakt, hoewel er op het werk en de uitvoering ervan geen tijdsdruk mag zitten. Tevens worden de prestaties van de leerlingen bijgehouden.
Externe opdrachtgevers zorgen voor het aanbod van werk en nemen vervolgens ook de producten weer af. Het zijn producten die klein van volume zijn en relatief eenvoudige productiehandelingen vergen, welke bij voorkeur bovendien ook in deelhandelingen kunnen worden opgesplitst. Zo oefenen leerlingen in en rond de leerlingenwerkplaats het seriematig produceren aan de hand van bijvoorbeeld het bundelen van telkens vaste hoeveelheden schroeven en afdekdoppen; het zagen en gebundeld inpakken van haardhout; het herstellen van pallets; het vouwen van papieren handdoekjes, het inpakken van bekertjes en zeepjes, scheersetjes, koffie- en theesetjes; enzovoorts.
Tussen al die verschillende seriematige productiewerkzaamheden springt er één in het oog: het produceren van nestkastjes en –kasten. Het is misschien niet een product waar je bij seriematig productiewerk het eerst aan zou denken, maar het is wel een product dat meer mogelijkheden blijkt te bieden dan louter het oefenen van seriematig productiewerk.
Nestkastjes: een bijzonder product
Na de rondleiding weer terug op zijn kamer vertelt Eddy van Lenthe dat de productie van nestkastjes eigenlijk bij toeval begonnen is. Als echte natuurliefhebber had Eddy contacten met de Vogelwerkgroep Ommen. Uit die werkgroep kreeg hij op een gegeven moment de vraag of de school mogelijk voor hen iets zou kunnen betekenen. Men dacht dan met name aan het repareren van nestkastjes die de werkgroep op verschillende plekken in de gemeente had hangen. En van het een kwam het ander: niet meer te repareren nestkastjes moesten vervangen worden... Daarbij bleken nestkastjes een product dat zich uitstekend leent voor (het oefenen van) seriematig productiewerk. Het hele productieproces laat zich heel goed in opeenvolgende deelhandelingen uiteenleggen: het op maat afkorten van hout voor de verschillende onderdelen; het voorboren van de verschillende schroefgaten; het boren van een vliegopening; het monteren van de verschillende onderdelen; het bekleden van de bovenkant met dakleer. En al doende bleek het bovendien een product dat telkens ook weer voor verbetering vatbaar is. Zo worden alle kastjes tegenwoordig voorzien van een metalen afdekplaat rond het vlieggat om uithakken van de vliegopening door spechten te voorkomen. Door de diameter van de vlieggaten te variëren kan bovendien de bewoning van de kastjes door verschillende soorten vogels gereguleerd worden.
Ook is er gezorgd voor voldoende ventilatiemogelijkheden om condens en schimmelvorming voor te zijn. Verder moeten met het oog op de duurzaamheid van de bouwsels de kastjes natuurlijk stevig zijn, maar de verschillende onderdelen moeten tegelijkertijd ten opzichte van elkaar wel kunnen werken. En om verdwijnen van kastjes tegen te gaan worden ze tegenwoordig ook voorzien van een brandmerk in de vorm van het logo van de Vogelwerkgroep.
Een opmaat naar meer...
Al met al blijken de nestkastjes een seriematig te vervaardigen product, waar leerlingen naar (zijn gaan) uitkijken om aan te gaan werken. Al bij het begin van het schooljaar informeren ze ongeduldig wanneer deze winterse activiteit (eindelijk weer) gaat beginnen. Maar waarschijnlijk ook omdat het maken van de nestkastjes elk jaar weer de opmaat is naar meer...
Als de kastjes eenmaal klaar zijn trekken de leerlingen er namelijk op uit om de nestkastjes voor de Vogelwerkgroep in en rond Ommen uit te hangen. Zo hebben in het voorjaar op en rond de Kleine Wolf, een camping in de buurt, een vijftigtal kastjes een plaats gekregen. Elk kastje is genummerd en de plek waar het hangt, is op een gedetailleerde kaart ingetekend. In de tijd daarna trekken de leerlingen er met tussenpozen weer op uit gewapend met de ingetekende kaart, een aluminium ladder, een instructiekaart en een scoringslijst. Bij elke ronde die ze maken worden de uitgehangen kastjes geïnspecteerd. Zo ontdekken ze dat het merendeel van de kastjes al snel als nestelplaats door vogels in bezit is genomen. Ze leren daarbij de kastjes op een goede manier te ‘schouwen’: het ‘deksel’ lichten en de inhoud bekijken zonder de rechtmatige bewoners dusdanig te storen dat die zich bedreigd gaan voelen. Ze controleren óf en hoeveel eieren gelegd zijn. Later tellen ze het aantal jongen dat uiteindelijk is uitgekomen.
De leerlingen proberen daarbij te achterhalen om welke vogels het per kastje gaat, waarbij ze met behulp van de instructiekaart op verschillende kenmerken letten. Op kenmerken van het nest: droge grasjes, strootjes, mos, haartjes, veertjes en/of schorsblaadjes. Op kenmerken van de aanwezige eieren: kleur, grootte, al dan niet gestippeld. En op kenmerken van de uitgekomen jongen: met name hun kleur. Vogels die ze daarbij kunnen herkennen zijn de boomklever, de gekraagde roodstaart, de glanskopmees, de koolmees, de zwarte mees, de pimpelmees en de bonte vliegenvanger. Bij de opeenvolgende schouwingen noteren de leerlingen op het scoringsformulier al hun bevindingen. En soms zijn dat zelfs opmerkelijke bevindingen. Zo konden de leerlingen, omdat de jonge vogels door de Vogelwerkgroep ook geringd worden, het jaar daarop vaststellen, dat een bonte vliegenvanger na zijn jaarlijkse overwinteringsreis naar Zuid Afrika weer in hetzelfde nestkastje was teruggekeerd. En dat zonder Tom-Tom...
Aardrijkskunde, natuur, biologie...
Op deze manier zijn de nestkastjes niet alleen een product om het seriematig produceren te oefenen, maar ze bieden tegelijk ook een opstap tot het leren van en over andere dingen. Ze leren goed waar te nemen en vervolgens hun bevindingen consequent te noteren.
De leerlingen komen al doende ook in aanraking met aardrijkskundige zaken: met behulp van de plattegrond van de camping en omgeving met de daarop ingetekende nestkastplaatsen leren ze kaartlezen en van daaruit is het maar een kleine stap naar andere kaarten als die van Ommen, Nederland, Europa en Afrika, waar de bonte vliegenvanger overwinterde. Al doende komen de leerlingen ook in aanraking met zaken die alles te maken hebben met cycli in de natuur en de biologie. Het zijn in elk geval cycli die ze jaarlijks aan het einde van het seizoen afsluiten met een laatste rondgang langs de uitgehangen nestkastjes. Ze worden dan allemaal worden leeg geklopt in afwachting van de volgende cyclus, die start met een nieuwe bewoning in het voorjaar.
In maten en soorten
Hoewel inmiddels aangevuld met de productie van aanzienlijk grotere nestkasten voor torenvalken en verschillende soorten uilen, is het maken van de oorspronkelijke kleine mezenkasten een hoofdactiviteit gebleven van de leerlingenwerkplaats. Het maken van deze nestkastjes is inmiddels uitgegroeid tot een ware productielijn van jaarlijks zeker zo’n 200 nestkastjes, waarvoor Foreco, een van de stagebedrijven van de school, elke keer het benodigde Waxed-hout beschikbaar stelt. Van die kastjes zijn er plusminus 100 bestemd voor de Vogelwerkgroep waar het allemaal mee begon. De rest is bestemd voor verkoop via bijvoorbeeld tuincentra in de omgeving. Maar ook op andere manieren hebben de kastjes hun weg gevonden.
Ze zijn door een bedrijf waar de school stagecontacten mee onderhoudt, gebruikt als relatiegeschenk. In de vorm van een prefab-bouwpakket waren ze ook al voorwerp van gezamenlijke activiteit tijdens een personeelsfeest van een andere firma: gezellig samen met elkaar je eigen nestkastje in elkaar zetten...
Eveneens in prefab-vorm zijn ze ondertussen ook de grens overgestoken: tijdens een uitwisseling met scholen uit Duitsland kregen de Duitse leerlingen namens de gemeente elk een bouwpakket mee. En nu heeft ook het basisonderwijs de bouwpakketten ontdekt. En niet alleen om er met de kinderen samen leuke nestkastjes van te maken, maar vooral ook om de mogelijkheden die kastjes bieden voor verder leren op verschillende gebieden.
Meer informatie
Eddy van Lenthe, De Maat - Christelijke School voor Praktijkonderwijs
Telefoon 0529 -451 062
E-mail evanlenthe@demaatpro.nl